Brieven

Brieven van omwonenden en het Comite:

Brief aan de Provinciale Staten van Zuid-Holland, 29 maart 2019

 

De Provinciale Staten van Zuid-Holland

Zuid-Hollandplein 1

2596 AW Den Haag

Via statengriffie@pzh.nl  met verzoek om ontvangstbevestiging                                                                                                                                                                                                                        29 maart 2019

Onderwerp: Verzoek Bestuur Regio Holland Rijnland om Verruiming ruimtelijk kader voor plaatsing van windturbines

 

Geachte Leden van de Provinciale Staten,

Alvorens onze reactie te geven op het verzoek van Regio Holland Rijnland lijkt het ons goed ons nog even aan u voor te stellen. Na de verkiezingen van 20 maart jl. zijn immers vele nieuwe statenleden gekozen.

Wij zijn het “Comité tegen dreiging windmolens AKZO” te Sassenheim. In onze brief van 19 januari 2018 hebben wij aangegeven dat de AKZO-locatie, gelegen op de grens van Oegstgeest en Sassenheim, niet geschikt is om windmolens te plaatsen. Ter informatie voegen wij deze brief als bijlage toe.

Een jaar na het schrijven van deze brief hebben wij nadere informatie voor de verdere onderbouwing van onze argumenten. Deze informatie geeft ons ook de argumenten om ons te verzetten tegen het verzoek van bestuur van de Regio Holland Rijnland om de regels voor de plaatsing van windmolens te versoepelen, zoals verwoord in hun brief van 4 oktober 2018 aan de 14 gemeenteraden. In de vergadering van het algemeen bestuur van Regio Holland Rijnland van 13 maart jl. is besloten deze brief direct na de statenverkiezingen te verzenden. Dit standpunt van het regiobestuur heeft grote ongerustheid veroorzaakt bij de betrokken bewoners in Teylingen, Oegstgeest en omgeving omdat hierdoor hun belangen van normaal woongenot ernstig geschaad kunnen worden.

Allereerst stellen we vast dat de regelgeving op provinciaal niveau er niet voor niets is. In deze regelgeving zijn veel afwegingen gemaakt ten bate van de belangen van mens en dier. Het gaat niet aan dat een lagere bestuurslaag maar even stelt dat, in het belang van het plaatsen van windmolens op land, deze weldoordachte regels aan de kant geschoven moeten worden. Energietransitie mag niet ten koste van alles gaan, ook niet op basis van een Energieakkoord.

Hoe doordacht is het eigenlijk dat windmolens op land gebouwd moeten worden uit hoofde van beperking van CO2 uitstoot?  Zie de punten hierna.

1. De minimumafstand van windmolens ten opzichte van woonwijken (350-400 meter) is al de kleinste binnen de EU, terwijl de tiphoogte van de turbines al maar blijft toenemen en dus ook de geluidsoverlast en slagschaduw. Uit Europese studies blijkt dat de effecten van geluid, en in het bijzonder van infrageluid, op de volksgezondheid zo ernstig worden dat juist een vergroting van de minimumafstand gewenst is. In Medisch Contact (12) van 22 maart 2018, p. 18 – 21 verscheen een veelzeggend artikel over de risico’s van windmolens in Nederland. Hierin wordt met argumenten gepleit voor het afzien van plaatsing van windmolens in stedelijke gebieden zolang de veiligheid niet door biomedisch onderzoek is bewezen, te meer omdat er alternatieven voor de opwekking van groene energie beschikbaar zijn. Dit artikel is te lezen op https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijk-ziek.htm

Nader onderzoek naar het infrageluid (0-20Hz) van windmolens door universiteiten in Duitsland heeft ertoe geleid, dat in Polen en de deelstaat Beieren in Duitsland, de afstand van windmolens tot woningen minimaal 10 x de tiphoogte dient te zijn. In Denemarken heeft een groot aantal gemeenten de plannen voor de ontwikkelingen van windmolenparken op land opgeschort, totdat het overheidsonderzoek naar de gezondheidsproblemen is afgerond. In Frankrijk worden binnenkort ook wetswijzigingen verwacht. Voorbeelden van dergelijk onderzoek en besluitvorming in andere Europese landen zijn te vinden op onze website https://geenwindmolensakzonobel.wordpress.com

en https://youtu.be/ibsxVKU6B8s  en  http://ongeschondenwijtschot.be/?page_id=29

De audioloog professor Jan de Laat (LUMC) stelt dat een windmolen van 200 meter hoog 110 decibel produceert en dat het infrageluid hiervan twee kilometer ver draagt. Op die afstand is dat nog 35 decibel. Volgens de Nederlandse wetgeving mag geluid ’s nachts niet harder zijn dan 45 decibel. Bij een windmolen met een ashoogte van 50 meter, is de afstand waarop de lage tonen geen hinder meer opleveren, nog steeds 500 meter.

Wij krijgen sterk de indruk dat gezondheidsrisico’s van infrageluid in ons land nog weinig serieus worden genomen. Een mogelijke vervolgstap van ons Comité is dan ook dat een beroep gedaan wordt op het voorzorgsbeginsel, zoals u weet een onderdeel van het EU-recht ter bescherming van de burger tegenover de overheid.

Gelet op het arrest van het Europese Hof van Justitie in verband met de zaak van 27 oktober 2016 D’Oultrement, is het de verwachting dat de MER-regelgeving verder aangescherpt zal worden, zodat er geen sprake kan zijn van enige versoepeling van deze wetgeving, zoals voorgesteld door het bestuur van Regio Holland Rijnland.

2. Het rendement van windmolens is beperkt. De bruto productie is slechts 25% van de naamplaatcapaciteit. Hiervan dient nog 2% voor intern gebruik, transport en transformatorverliezen afgetrokken te worden, zo ook verliezen uit inefficiënties in de praktijk van de stroomproductie ten gevolge van windstilte en dergelijke. Dit is de hoofdreden waarom windmolens op land alleen met grote subsidies rendabel zijn te maken, dus met eeuwigdurende zware belastingen voor de burgers.

3. Naast de eerste twee punten is er nog een groot aantal andere argumenten te noemen om het verzoek van Holland Rijnland te verwerpen, zoals beschermde dorpsgezichten, beschermde vleermuissoorten, uitroeiing van insecten, weidevogelgebieden, veiligheidsrisico’s, enz. enz. Voor al deze argumenten heeft de provincie regelgeving opgesteld, die zorgvuldig afgewogen moeten worden tegenover het zeer beperkte nut van windmolens op land en de kosten daarvan voor de burgers. Wij beschikken over gedetailleerde gegevens om elk van deze argumenten toe te lichten.

Uiteraard realiseren wij ons dat wij met het bovenstaande eigenlijk stellen dat windmolens op land, in ieder geval voor het zeer dicht bevolkte gebied van Zuid-Holland, niet de oplossing kunnen zijn voor het sterk terugdringen van de CO2 uitstoot. Nogmaals het rendement is veel te gering, de gezondheidsrisico’s zijn te groot en de kosten voor de burger zijn te hoog en vrijwel weggegooid geld. De recente ongelukken in en door windmolens zijn nog een extra argument voor een meer kritische houding ten opzichte van deze vorm van energie-opwekking.

Wat dan?

Naar onze mening is de keuze voor windmolens op land verkeerd, we moeten snel andere keuzes maken. Zeer grote windmolens op zee (zonder subsidie) is akkoord, maar op land de subsidie voor windturbines en zonneparken stoppen. De subsidieruimte gebruiken voor de isolatie van woningen, het aanleggen van zonnepanelen op daken en het gebruik van restwarmte uit de haven van Rotterdam. Deze drie onderwerpen hebben gemeen dat het nut en rendement bewezen zijn en direct effect hebben op de kosten van energie voor de burgers. Zij moeten investeren, maar krijgen subsidie, goedkope financiering en verlaging van de energierekening. Een en ander zal leiden tot veel grotere acceptatie van dit deel van de energietransitie.

Uiteraard dekt dit niet alles in het kader van de energietransitie, maar het voert te ver voor deze brief in te gaan op warmtepompen, geothermie en kernenergie. Deze onderwerpen worden op nationaal niveau besproken en zullen op dat niveau van commentaar moeten worden voorzien, zo ook het subsidiëren van wetenschappelijk onderzoek naar verhoging van het rendement van zonnepanelen, energieopslag en verbetering van warmtepompen.

Wij hopen u voldoende argumenten gegeven te hebben om het verzoek van het bestuur Holland Rijnland af te wijzen en bovendien om zelf nog eens te discussiëren over het nut van windmolens op land.

Met vriendelijke groet,

Comité tegen Dreiging Windmolens Akzo (Stichting i.o.):

B.F. Commandeur, F.A. de Groot, W. J. Laman, F.J. Neuman,  J. W. van der Pal, T. van Ruiten, M. Smitsloo-de Graaff, M. Smitsloo, P.J. Thomas, H. ten Velden, V. M. Wijnands.

postadres Rijksstraatweg 34

2171 AL Sassenheim

comitegeenwindmolens@gmail.com

Bijlage: brief Comité aan Fractievoorzitters Provinciale Staten Zuid-Holland, 19 januari 2018

cc

Bestuur Regio Holland Rijnland

Gemeentebesturen van Teylingen, Oegstgeest, Leiden, Katwijk

 

Advertenties